Nation of Language – Introduction, Presence (★★★★): Okselfrisse new wave volgens oud recept

Recent en ander nieuws uit de muziekwereld
Gebruikersavatar
Kilroy
Site Admin
Berichten: 17398
Lid geworden op: 15 sep 2012, 18:26
Locatie: Asper, België
Contacteer:

Nation of Language – Introduction, Presence (★★★★): Okselfrisse new wave volgens oud recept

Bericht door Kilroy »

Moet er nog new wave zijn? De revival is ondertussen al zo lang bezig dat je je afvraagt hoeveel rek er nog op zit. Toch duiken er nog steeds nieuwe bands op die het oude, veelvuldig gebruikte recept zodanig weten te kruiden dat je er maar niet genoeg van krijgt. Nation of Language is zo’n band. Het kersverse drietal klinkt bij de eerste beluistering van hun debuutalbum Introduction, Presence alsof ze van over het kanaal komen, maar ze zijn van over de grote plas, Brooklyn om precies te zijn. Aan hun muziek te horen kleuren de brownstone huizen in hun buurt eerder Manchestergrijs.

Afbeelding

De vele grijstinten die de New Yorkers uit hun synthesizers, drumcomputer, basgitaar en occasionele gitaar toveren gaan van postpunkkoud tot synthpopwarm. Over (kleur)temperatuur gesproken: waar wij vooral warm voor lopen, is de geweldige stem van frontman Ian Devaney. De Amerikaanse muziekpers associeert ze niet geheel onterecht met Matt Berninger van The National. Dat, en het vakmanschap waarmee alle songs zijn ineengezet. Een New Order-sound uit een synth en een bas knijpen is één ding, maar om er een dijk van een song als “The Wall & I” uit te puren, moet je van goeden huize zijn. Het is de afsluiter van de plaat, maar zo goed dat we er niet kunnen aan weerstaan om hem als eerste te vermelden.

De volgorde van de nummers doet er trouwens niet toe. Hoe je de plaat ook draait, keert of door elkaar husselt: ze voelt als de greatest hits van een new-waveband die al ettelijke decennia meedraait. Dat is dus echter niet het geval. Het betreft hier wel degelijk een in eigen beheer uitgebrachte debuutplaat, en wat voor een. Het moet van LCD Soundsystems American Dream geleden zijn dat we zo’n sterk, op jarentachtigleest geschoeid synthesizersongmateriaal hoorden op één album. LCD Soundsystem is dan ook niet toevallig een van de meer recente invloeden die de band zelf aanhaalt. Als ze op dit elan verdergaan, mag Nation of Language zelf ook Amerikaans beginnen te dromen.

Frontman en songschrijver Ian Devaney mag dan geen volslagen nieuweling zijn (hij opereerde enkele jaren in een gitaarrockband genaamd Static Jacks), toch beweert hij dat hij nog niet zo lang geleden voor het eerst aan de slag ging met synths. Dat valt hoegenaamd niet te horen. Het ogenschijnlijke gemak waarmee hij, samen met zijn echtgenote Aidan Noell en voormalig Static Jacks-lid Michael Sui-Po, de vintage elektronische klanken in hedendaagse songs giet, is opmerkelijk. Werkelijk om duimen en vingers bij af te likken. Dat Devaney van zijn moeder en vader een al even klinkende voornaam als stem meekreeg, doet ons vermoeden dat zijn muzikale invloeden hem met de paplepel zijn ingegeven. Het zou ons niet verwonderen als de platenkast ten huize Devaney uitpuilde van de postpunk en synthpop.

Joy Division ontbrak zeker niet in die kast. Dat wordt duidelijk in het op een donkere, melodieuze bas drijvende “Indignities”. Maar het muzikale vocabularium van Nation of Language is rijker en gevarieerder dan dat. “Friend Machine” doet bijvoorbeeld denken aan The Human League zoals ze klonken ten tijde van “Being Boild”. Devaney transporteert de synthesizer en drumcomputer uit lang vervlogen tijden moeiteloos naar het hier en nu met de woorden ‘I need a Friend Machine / To help me outside’. De banaliteit van sociale media samengevat in twee rake zinnen, en dat op de klanken van technologie uit het pre-internettijdperk. Het weemoedige “The Motorist” brengt ons van de vroege The Human League naar een luchtkasteel dat ergens zweeft tussen OMD en Kraftwerk in. En daar stopt de muzikale ontdekkingsreis niet: “September Again” is een frisse synthpoptrack met de radiovriendelijkheid van The Weeknd, “Rush & Fever” steekt The National in een hitgevoelig Depeche Modekleedje en “On Division Street” hengelt naar de status van soundtrack voor seizoen vier van Stranger Things. Verrukkelijke synthwave à la John Carpenter.

Als een volleerd piloot navigeert Devaney door het new-wavelandschap van de jaren tachtig. Zonder ook maar één keer uit de bocht te gaan laat hij oude, vertrouwde synthesizerklanken botsen met actuele teksten en wekt zo een spanningsveld op waaraan niet valt te weerstaan. Dat brengt ons weer bij dat onweerstaanbare laatste nummer “The Wall & I”. ‘A disguise / Wear it ‘til I think that it’s real / I don’t know / You may never know how I feel’, zingt Devaney daarin. In deze overgeconnecteerde wereld worstelt de mens met de zoektocht naar connectie, en dan vooral connectie met zichzelf.

De connectie met Dansende Beren heeft Nation of Language alleszins gevonden. Met “Introduction, Presence” leveren de New Yorkers een visitekaartje af dat je onmogelijk verticaal kunt klasseren. In de getalenteerde handen van Ian Devaney en co ruiken de jaren tachtig fris als een met Old Spice gewassen oksel. De new mag in hun geval zonder blozen naast de wave staan. Met zo’n debuut kan je al eens een Amerikaanse droom waarmaken. De kans lijkt ons klein dat Nation of Language een volgend album nog in eigen beheer zal uitbrengen; elk zichzelf respecterend platenlabel hangt nu al aan de telefoon.





Dansende Beren 23-05-2020

Plaats reactie